Translate

zondag 15 mei 2016

THEATER

De tragedie Julius Caesar van Shakespeare wordt opgevoerd.
Het decor, de teksten, het verhaal en de spelers brengen de Caesar van Shakespeare tot leven, er zijn mensen die zich met hem identificeren, spanning voelen omtrent zijn (toneel)lot. Het theater is een gebeurtenis waar al dan niet verzonnen personen tot leven worden gewekt.
Hetzelfde geldt voor een tempel, kerk of heiligenfeest. Ook daar wordt in de hoofden van de mensen een bepaalde geest, een denkbeeldige godheid of heilige opgeroepen.


We verplaatsen ons naar 52 v. Chr. Julius Caesar zelf is bezig met de verovering van Gallië
Ook deze Caesar leeft in hoofden, en wel in zijn eigen hoofd en dat van zijn soldaten. In feite is ook hij zelf een gebeurtenis, een soort theaterfiguur, voor zichzelf en zijn soldaten. De gebeurtenissen scheppen hem. De politiek, de oorlog, de meningen van zijn tegenstanders, soldaten, familie, maar ook de biologische zenuwpulsen in zijn hersenen, de toestand van zijn ingewanden etc. etc..

Een enorme serie van gebeurtenissen vindt plaats die we later objectiveren tot de “persoon” Julius Caesar. Hij schiep zichzelf voor zichzelf, heel duidelijk in zijn geval, hij beschreef zijn daden zelfs in de 3e persoon in de Bello Gallica(hij, de man etc.).
Caesar schiep zichzelf dus bij zichzelf maar ook bij anderen. Zo zijn er honderden Caesars, één of zelfs meerdere in zij eigen hoofd, en honderden in de hoofden van zijn soldaten, tegenstanders, Shakespeare, gymnasiasten en lezers van de strip Asterix en Obelix.
Als het decor van de "gebeurtenis Caesar" anders was geweest dan zou er een andere persoon zijn geweest met andere kenmerken. Stel dat het decor van macht, geweld en rijkdom waarin hij handelde een decor van ziekte, honger, slavernij en armoede zou zijn geweest (voor anderen heeft hij een dergelijke decors wel geschapen).
Wat voor Caesar geldt, geldt voor iedereen. De mens is een biologisch, sociaal, ecologisch en geologisch theaterstuk, voor zichzelf en voor anderen, wij zijn een reeks gebeurtenissen. Hetzelfde geldt voor dieren, tot vissen, insecten en zelfs planten aan toe.

Het is niet zo dat de buitenwereld als een serie gegevens in onze hersenen binnenkomt, daar in een soort zenuwpulsentaal wordt omgezet en op een onnavolgbare manier in een bewustzijn wordt opgenomen, als input die in een computer wordt verwerkt.
Het hele theater is bewustzijn. De wereld genereert, nee, is, bewustzijn, er is geen buiten/innerlijk, ook komt bewustzijn tot stand door de hersenen maar ook die zijn uiteindelijk een element van het gehele theater. Onze begrenzing als persoon/hersenen van de buitenwereld is slechts schijn, op micro/ kwantumniveau blijft daar helemaal niets van over. Net als in een theater de decors, de maskers, het publiek, de tekst en de muziek de personages tot leven brengen,  brengt de wereld als zodanig ons tot leven, zowel voor onszelf als voor anderen en genereert zo bewustzijn.

Hamlet (digitalspy.com)
 
De wereld kent causaliteit, rede. Oorzaak, gevolg, wiskunde etc. Maar dat zijn geen relatieve en subjectieve zaken die alleen in ons bestaan en door onze hersenen worden opgeroepen, nee, wij bestaan in de rede. Wij zijn een functie van de rede omdat buiten haar denken geen denken meer is. Wij beheersen niet het denken, het denken beheerst ons.

Thomas Nagel vroeg zich in 1974 af hoe het is om een vleermuis te zijn. Functioneel kunnen we de echolocatie van vleermuizen verklaren. Hoe vleermuizen zelf echolocatie ervaren kunnen we niet weten.
Hetzelfde geldt echter voor onze kleuren. Een elektromagnetische golf van een bepaalde frequentie komt bij ons over als rood. Maar misschien zie ik rood waar een ander blauw ziet en noemt die ander wat ik blauw noem rood. Dit alles is gegeven het feit dat de functionaliteit intact blijft, als we bijvoorbeeld uitgaan van omkering van het spectrum (dat is met kleurenblindheid niet het geval, daar is de functionaliteit gestoord).


Wikipedia
Eén oplossing hiervoor stelt dat de roodheid geen eigenschap van de waarneming is, maar van hetgene dat je waarneemt. Niet de hersenen bepalen dat iets rood is, maar het waargenomen object, de buitenwereld. Mensen die deze spectrumomkering mogelijk achten zouden eigenschappen van de waarneming met eigenschappen van datgene dat we waarnemen verwarren.

(Hadoopi.wordpress.com)
Misschien zijn onze hersenen slechts filters van bewustzijn en eigenschappen buiten de hersenen. Een vreemd feit is dat we "falende" hersenentoestanden, door drugs of zuurstoftekort, als “bewustzijnsverruimend” omschrijven. Bewustzijnsonderzoeker Enzo Tagliazucchi schrijft in een artikel dat psychedelische toestanden en bewusteloosheid twee uitersten van dezelfde glijdende schaal zijn. Bij psychedelische toestanden valt de rem op het brein weg. De hersenschors gaat op een ongecontroleerde manier vuren. Het visuele, en andere systemen doen wat ze willen, het visuele systeem krijgt input van systemen waar het normaal los van staat. Het brein is als het ware aan het stuiptrekken, het doet denken aan het babybrein, tussenschotjes vallen weg, het is vrij en onbeperkt. Door de falende hersenen ga je geluiden zien en kleuren horen. “Horen en zien vergaan je” bij wijze van spreken.

Psychedelische kunst (purzuit.com)

Ook musici met een absoluut gehoor beweren inderdaad muziek te kunnen zien. Schilders als Kandinsky associëren vormen en kleuren met muziek en wilden komen tot een gesamtkunstwerk waarin alle zintuigen aangesproken zouden worden.
Elke diersoort/mens heeft dan een eigen zintuig gestuurde specifieke filter. Honden en andere diersoorten hebben veeleer een geur/bewustzijn, naast door licht en geluidsgolven worden ze meer door chemische stoffen gestuurd. Voor ons moeilijk voor te stellen, hoe zou het zijn om een vleermuis maar dus ook hond te zijn, andersom kunnen zij zich onze verder ontwikkelde ratio niet voorstellen.

Kandinsky
Zonder filterwerking van de hersenen zouden we een zelfde effect ervaren als verblinding door tegen de zon in kijken, of doof worden als we de radioknop helemaal open draaien, als we “het bewustzijn/de wereld” rechtstreeks zouden ervaren. Het ultieme “psychedelische is dan bereikt.
Wellicht is er maar één bewustzijn/tijdsbeleven waar levende wezens al naar gelang hun filterende hersenmodule op een verschillende wijze deel aan hebben. Deze bewering is platonisch speculatief en absoluut onbewijsbaar, het lijkt op ideeën van mensen die in bijna doodervaringen geloven, maar is wel leuk. Een blog mag speculeren.
Wel kunnen we door de rede ondersteund zeggen dat we deel hebben aan één rede/wiskunde.

maandag 28 maart 2016

VIERDIMENSIONALE TIJGERS


We houden van objecten. Objecten zijn manipuleerbaar en begrensd. Van diensten, gebeurtenissen dus, maken we objecten, bijvoorbeeld in de marketing, daar heerst het in “produkten" denken. De Nederlandse Spoorwegen leveren een “produkt”, reisbureau’s leveren een produkt. 
In het bankwezen gaat dat pas echt goed mis, diverse “produkten” (hypotheken etc.) worden gebundeld tot derivaten en dan verhandeld. Met een enorme economische crisis als resultaat. Gezondheidsbehandelingen worden ook als “produkt” gezien, met als resultaat een enorme commercie, overheidsbezuinigingen waarvan de zwakkere de dupe worden, een idiote administratie waarvan artsen en patiënten de dupe worden etc..
De mens is een gebeurtenis en geen object/produkt zo hebben we gezien in de vorige blog. In feite zijn alle objecten uiteindelijk waarschijnlijk gebeurtenissen. Materie bestaat uit krachten, atomen, elektronen, misschien trillende eendimensionale snaren etc.. Hoe ver je materie ook gaat ontleden (stel dat men dat zou kunnen), nooit stuit je op basale materie. De wereld is uiteindelijk van wiskunde.
Gebeurtenissen zijn uiteindelijk onderling verbonden. Alle gebeurtenissen zijn waarschijnlijk causaal te herleiden tot één oer-gebeurtenis, de big bang. Als je ver genoeg terug redeneert heeft de ene gebeurtenis altijd betrekking op de andere, geen een gebeurtenis hangt in de lucht zonder oorzaak en gevolg. De mens als gebeurtenis staat ook niet op zichzelf. Wij maken als gebeurtenis deel uit van de voedselketen, de koolstofketen, het milieu, het universum. Hoe breder je kijkt des te waarde-vrijer alles is. Het universum op de grootste schaal kent geen goed of fout, wat gebeurt dat gebeurt.
Op kleinere schaal is het een ander verhaal. “Stel je voor”, hierbij stel je je als gebeurtenis (hoofd, benen, gedachten) tegenover een denkbeeldige gebeurtenis. Je kunt jezelf alleen maar stellen, dus jezelf vóór iets stellen, als je jezelf als afgescheiden gebeurtenis ziet.
Een tijger wil je opeten. Op dat moment stel je jezelf extreem los van de rest van de wereld. Vooral het intact blijven van jezelf staat voorop. Je hebt doodsangst. Je bekommert jezelf niet meer om de voedselketen of het feit dat je van grote betekenis voor een uitstervend diersoort kunt zijn, je bent je meer dan ooit bewust van je afgescheidenheid tegenover een bedreigende wereld, je vernietiging is aanstaande. Je krijgt zelfs eenzaamheidsgevoelens en gaat om hulp roepen, zelfs als er niemand in de buurt is. Er bestaat op dat moment een heel duidelijk goed en fout. Goed is als je bijvoorbeeld een geweer bij de hand hebt, slecht is als je opgegeten wordt. Voor de tijger geldt precies het omgekeerd. Zijn grootste angst is honger.
 
Wat we doen als we onszelf stellen is grenzen stellen, we scheiden onszelf meer dan ooit af van de bedreigende buitenwereld, we “bepalen”, zetten grenspalen. Waar bevindt zich de dreiging, waar liggen mijn kansen etc. We verzamelen “informatie”, informatie is bepaling van onszelf in verhouding tot onze omgeving of de bepaling van de omgeving in verhouding tot onszelf.
Als je opgegeten wordt is dat afgezet tegenover de grote schaal helemaal niet goed of slecht. Er gaat geen atoom verloren, het is een neutrale gebeurtenis die duizenden malen plaatsvindt binnen de voedselketen. Pas als we het gebeuren met de tijger overleefd hebben en rustig op een stoel zitten kunnen we deze overwegingen maken. We kunnen de grenzen tussen ons en de omgeving opschuiven. De informatie wordt breder. Hoe verder het gevaar, des te makkelijker het is om genuanceerd te denken over tijgers, prachtige dieren die beschermd moeten worden etc.
Angst doet ons onszelf op een intensievere manier tegenover een dreigende wereld stellen. Die dreigende wereld kan bestaan uit een tijger, maar ook bijvoorbeeld uit een reorganiserende manager, of een boete uitdelende politieagent. Ook hoge belastingen, potentiële terroristen, beledigingen aan de “profeet”, hooligans, Donald Trump etc. etc. ondermijnen onze positie en leiden ertoe dat we ons gaan “stellen”. We stellen grenzen, wie zijn wij, wat zijn de dreigingen etc.


Dit onszelf stellen is de kern van ons bestaan als levende organismen. We zijn niet zozeer onze hersenen maar allereerst ons stellen. Asceten beweren dat we dat niet meer zouden moeten doen, angst, hebzucht etc. moeten we gelijkmoedig langs ons heen laten gaan. Probleem is echter dat als we onszelf niet meer stellen, we verder ook niets anders meer kunnen stellen. Jezelf iets voorstellen betekent letterlijk jezelf “vóór iets stellen”, om iets te zien, ook in je fantasie moet je het vóór je hebben. Iets dat achter je is kun je niet zien.
Magritte
Nu het gedachte-experiment van een niet aan materiële processen gebonden geest. Om te stellen heb je materie nodig (die inderdaad uiteindelijk ook niet als zodanig bestaat). Je stelt je auto op bij voorsorteren, zonder auto kun je niet voorsorteren dan wel parkeren.
Hetzelfde geldt ook voor de belichaamde mens, een geest zonder lichaam zou geen vóór, achter, boven of onder kennen, hij zou geen voorstellingsvermogen hebben.

 
Wij kunnen ons alleen in de wereld stellen, in tijd en ruimte. Buiten tijd en ruimte kunnen we ons niet stellen. Hoewel we weten dat er tijd en ruimte is en we er wel mee kunnen spelen. Belichaming is informatie. Informatie bestaat alleen ten opzichte van andere informatie. Alleen iets dat zelf vorm heeft kan zich ten opzichte van andere vormen stellen, vergaart informatie. Wel moeten er meer objecten zijn voor zinvolle en gedetailleerde informatie. Een trein bijvoorbeeld, is alleen maar een trein omdat er ook auto’s, fietsen, huizen etc. zijn. Als die trein het enige was in het universum, dan zou hij niet langer een “trein” zijn maar “alles”.  Hij zou wel verschijnen als hij alles was, maar dan alleen ten opzichte van niets. Wij als waarnemer van deze wereld zouden dan dit niets in deze wereld met alleen deze trein brengen. We zouden onszelf naast deze trein stellen in dit absurde universum en de trein afzetten, niet tegenover onszelf, maar als alles tegenover niets.

 
Buiten de wereld, ook buiten de superkleine singulariteit vlak na de oerknal is er niets dan wel geen informatie, ook geen tijd en ruimte geen informatie (alles, alle informatie, verschijnt immers als iets ten opzichte van niets). De wereld, alles, drijft in en komt voort uit het informatie-loze niets.
Zouden echter de wetten van logica en wiskunde wel aan tijd, ruimte en belichaming, dus aan informatie, voorafgaandd/ten grondslag liggen?
Voorafgaand is dan overigens een zinloze uitdrukking want zonder tijd is er geen voorafgaand, er is geen eerder en later meer. Onze informatie, ruimte en tijdsgebonden berust dan in iets dat nog fundamenteler is. Er zou dan een Platoonse basisstructuur buiten ruimte en tijd zijn, waarin informatie in de vorm van ruimtetijd/materie verschijnt.

 
In drie dimensies, in de ruimte en tijd kunnen we “(voor)stellen”. In meer dimensies kunnen we ons niet stellen, kunnen we ons niets voorstellen. Maar als er nu daadwerkelijk meer dimensies bestaan, wat niet zeker is ,hoewel deze in de wiskunde kunnen worden uitgebeeld, dan is dat misschien de reden waarom sommige metingen met betrekking tot kwantumdeeltjes zulke vreemde uitkomsten hebben? We bereiken dan de grenzen van informatie zoals wij die kennen.

 
We stellen onszelf in de meting die we verrichten ten aanzien van iets buiten ons, maar meten iets buiten de grenzen van de normale informatie. Wellicht hebben we zelf niet de juiste “vorm” om deze informatie op de juiste manier te duiden, om ons tegenover die informatie te stellen.
Gelukkig bestaan er geen vierdimensionale tijgers.

zondag 14 februari 2016

NAMEN


In de vorige blog hebben we gezien dat dat de mens steeds probeert het heden te “grijpen”, een steeds wijkend heden. Onze waarneming loopt altijd achter op het absolute heden.
Het beeld van een kind dat lopen leert of van iemand die struikelt en aan de ruimte vergeefs steun zoekt is op ons van toepassing. In feite zoeken wij nog steeds tevergeefs steun in de tijd, zoals we als baby steun zochten in de ruimte. We plannen, proberen de tijd te bevriezen, halen de tijd op.

Net als een kind uiteindelijk steun zoekt bij objecten doen wij hetzelfde met betrekking tot de tijd. Zoals objecten bij ruimte horen zo horen gebeurtenissen bij tijd. Toch maken we van gebeurtenissen objecten of geven we ze objectachtige trekken. Om houvast aan het voorbijgaande te krijgen. Een object is immers op elk moment van de tijd benoembaar en concreet. Een gebeurtenis daarentegen ontwikkeld zich, is verbonden met andere gebeurtenissen, geeft minder houvast.
 
Een levend organisme, de mens is een gebeurtenis.
Hersenpulsen, de buitenwereld, cultuur, taal, allemaal in elkaar grijpende gebeurtenissen die zichzelf in stand houden en ons tot datgene maken wat we zijn, net als een tropische orkaan bestaat uit meteorologische gebeurtenissen die een zichzelf instant houdend systeem van gebeurtenissen vormt.
 
 
In een fractie van een seconde bestaan we alleen als een serie impulsen, insecten ontplooien zich als gebeurtenis in tijdsbestekken van seconden/minuten. In een minuut kunnen mensen denken, in een uur nog meer, in een jaar kunnen we plannen. In feite ontplooit de mens zich, door zijn geheugen, gedurende zijn hele leven als gebeurtenis, als geschiedenis. We veranderen, zijn geen dag precies dezelfde.
Objecten bestaan in het heden, een stoel is in een seconde evenveel stoel als in honderd jaar.

Rietveldstoel

Om houvast op de serie gebeurtenissen te krijgen waar we uit bestaan objectiveren we. We maken onszelf tot object, we geven namen, “Peter”, “John”, “Alexander”, “Iwan”, vat ons in de seconde samen die het duurt om de naam uit te spreken, afgegrensd van andere gebeurtenissen. Door namen te geven hebben we vat op gebeurtenissen, omgrenzen en markeren (bepalen) we gebeurtenissen.
 
Als gebeurtenis maken we echter deel uit van andere gebeurtenissen, we zijn niet strikt te scheiden van andere gebeurtenissen, bijvoorbeeld het weer, de natuur, de mensheid, de sociale omgeving beïnvloeden ons; het weer , de mensheid, de sociale omgeving etc. maken deel van ons uit.

We geven de serie gebeurtenissen die ons constitueren (net als andere gebeurtenissen) een naam, mensen krijgen een naam “John” etc. en een soortnaam “geest”, (“mind”). De gebeurtenissen die ons vormen, handelingen, zintuigprikkels, breinpulsen, de buitenwereld, worden dus geobjectiveerd en geest (mind, soul) genoemd.

Hetzelfde doen we met het geheel waar de serie gebeurtenissen die ons constitueren deel van uitmaken, dat duiden we aan met supergeest (super mind), “god”. We objectiveren aldus de wereld met alle gebeurtenissen en objecten, het geheel analoog zoals we onszelf als gebeurtenissen objectiveren. Wij zijn dan John, Peter etc.  of geest, het geheel is de supergeest/god.

Ook objectiveren we series gebeurtenissen die ons overstijgen, oorlog wordt Mars, vruchtbaarheid Demeter, liefde Aphrodite, wijsheid en helderheid Athene etc..
Deze goden verschenen dan ook niet als object maar in relatie tot handelingen, mysteriën, via orakels, offers, missen, als niet meer begrepen gemoedstoestanden overgebracht door symbolen.


Demeter, van landbouw en gewassen
 
Je beeldt ze af, maar als symbool, zoals wij Vrouwe Justitia afbeelden, wij weten dan dat we een symbool van het recht afbeelden en geen bestaande vrouw.
In feite zijn aldus de goden onze eigen constructies, niet objectief bestaand.
Oké, maar vergeet dan niet dat je zelf ook je eigen constructie bent, ook niet objectief bestaand.
Men heeft dit altijd wel aangevoeld, van veel goden is het beter de naam niet uit te spreken zo werd aanvankelijk gesteld, de klinkers JWH zijn aanvankelijk bedoeld om te voorkomen dat de naam werd uitgesproken.  Een naam uitspreken betekent macht uitoefenen. De baas Piet of Jan wil het, de partijleider wil het. Van het “begrip” Tao (geen god) werd gezegd  “Als men denkt het wel te kunnen uitdrukken, dan is het niet Tao." Tao is immers vormloos en niet gebonden aan een vorm” (Wikipedia).
Een onbe(grijp)baar begrip.
Tao
 
Helaas is men dit vergeten en voeren goden als objecten een afschuwelijk schrikbewind. Ook al mag je ze dan soms niet afbeelden (ook dat mag niet), het zijn tirannieke en narrige "opperwezens" die ons van alles verbieden en gebruikt worden om tot moord en doodslag op te zwepen.
Zoals een naam voor een serie afschuwelijke gebeurtenissen kan staan “Hitler, Stalin”, kunnen namen van goden dit ook. Mijn profeet, mijn god wil deze oorlog, jihad, kruistocht.

zondag 29 november 2015

DE WIJKENDE TIJD ALS MOTOR


Het verleden bestaat niet meer, de toekomst nog niet en het heden duurt niet. Het gaat hier niet om de natuurkundig begrip tijd maar om tijdsbeleving. In het "heden leven" is in de mode, denk aan mindfulness, toch bestaat dit heden helemaal niet.
Het heden, het moment is oneindig kort. Wanneer is bijvoorbeeld de jaarwisseling “heden”, een miljoenste seconde vóór de jaarwisseling, nee, want dan is het nog oud jaar, een miljoenste erna, ook niet, want dan is het nieuwe jaar al begonnen. Een miljardste second? Ook niet etc..
Wikipedia
Het absolute heden duurt dus niet maar is de bron van alle verleden. Alleen verleden, de waargenomen tijd na het absolute heden, duurt.
We lanceren een raket, 10……5,4,3,2,1,  0.
Stel dat de Romeinen een raket konden lanceren. Ze zouden aftellen X….V, IV, III, II, I, VADE!! (als mijn Latijn klopt, bij de Klassieke Olympische spelen werd bij de start heel hard  de god“Pan” aangeroepen een modern startpistool zegt "pang", zie Asterix).
lancering Apollo 15 Wikipedia
De nul kenden ze niet, hun raket zou bij I op moeten stijgen. De wiskundige en astronoom Brahmagupta uit noordwest India beschouwde als eerste de 0 als een echt getal in het jaar 628, hoewel, ook de Maya’s de 0 als apart getal gebruikten en er zelfs een aparte godheid voor hadden.
Als wij aftellen van 10 tot 0 gebruiken we in feite 11 cijfers. Tien plus de 0 is 11. De 0 geeft aan dat het moment niet duurt, een miljardste seconde na de lancering is de raket al weg, dezelfde tijd ervoor is hij nog niet weg. We laten een raket daarom niet bij 1 opstijgen. In feite beseffen we dat een moment in het absolute heden moment 0 is.
De menselijke geest bestaat niet in het heden, hoe dichter je bij het heden komt hoe reflexmatiger alles wordt. In een fractie van een seconde wordt niet gedacht er bestaat slechts gedrag zonder meer.
Stel de lancering is het heden, de "zero".
Dan is 1 tiende van een seconde vóór de lancering "dichter bij het heden" dan 10 of 1 seconde ervoor. Één honderdste ligt nog dichter bij de lancering/heden, één duizendste nog dichter etc., dus hoe dichter je bij de lancering komt hoe reflexmatiger en gedachtenlozer zaken plaatsvinden. Pas in de verwerking en interpretatie van de lancering, het verleden, zit de geest, vinden gedachten ruimte, in feite komt dit neer op het nagloeien van het absolute heden (ontelbare hedens). (Be)leven is voortdurend verleden vormen, uit het “0 heden”.
Spaar alle verledens van alle tijdsbelevers bij elkaar op, van insecten, vissen, mensen en andere zoogdieren. Je hebt miljarden verledens al naar gelang de module van het individu, een insect heeft een geheugen/bewustzijn van seconden, is een secondepersoonlijkheid, kleine zoogdieren hebben misschien een geheugenboog van een aantal uren, mensen, olifanten en andere ontwikkelde zoogdieren hebben een geheugenboog van jaren. Mensen hebben bovendien nog een duidelijke overlevering zodat ze in feite elementen van de geheugenboog van anderen en vorige generaties deels in zich dragen. Hoe langer de geheugenboog hoe meer “geest”. Een lange geheugenboog maakt taal, interpretatie en anticipatie mogelijk, een ruimer bewustzijn zou je kunnen zeggen.
Een bij Wikipedia
Alle tijdbelevers echter hebben uitzicht op hetzelfde “0 heden”, zolang ze bewustzijn hebben, nee, dit uitzicht is bewustzijn. Als de raket gelanceerd is vliegt de insect meteen weg, de muis kruipt in zijn holletje, de technicus juicht en sommige belastingbetalers verbijten zich. De insectlijke, muiselijke en menselijke geest ontplooit zich. En zo gaat dat door, uit het “0 heden” komen steeds nieuwe gebeurtenissen. De mens met zijn grote geheugenboog kan ze beter voorspellen, benoemen, betekenen. Een dier veel minder of niet.

In de vorige blog hadden we het erover dat een systeem met gigantisch veel op zich op zichzelf domme actoren toch een intelligent systeem kan vormen (Chinese kamer). Zo genereren de pulsen in onze hersencellen bewustzijn en intelligentie. Hier hebben we het dan over een structuur met enorm veel actoren, honderd miljard neuronen, in de ruimte binnen een bepaalde hoeveelheid tijd.
Een structuur met minder actoren in de ruimte op een bepaald moment maar binnen veel meer tijd, bijvoorbeeld miljoenen jaren is even intelligent of zelfs nog intelligenter, bedenk dat er dan wel even veel actoren zijn in die miljoenen jaren, dit is evolutie, die ogen, oren, sonars, vleugels en bewustzijn heeft gemaakt. De evolutie als geheel, als systeem, is daarom intelligent te noemen. Hierbij doel ik niet op “intelligent design”, dat intelligente kracht naast de evolutie veronderstelt. Dat is grote onzin. Ik bedoel de evolutie zelf, als systeem, als machine/mechanisme. Misschien is er een verhouding tussen aantal actoren in tijd/ruimte en mate van intelligentie.
Alle tijdsbelevers “zien vooruit” naar een “0 heden”. Het probleem met de dood is niet dat er geen heden meer is, maar dat er geen verleden meer wordt gevormd. Doodzijn duurt korter dan kort. Een steen vormt geen verleden. Misschien dat dit "0 heden" in zekere mate een “ding an sich” is. Onze zintuigen lopen op de feiten achter, als we iets waarnemen is het al geschied. In feite is het “0 heden” een onthullend fenomeen,  toch ontwikkelen de gebeurtenissen zich niet in het verleden maar juist in het “0 heden”, het verleden bestaat immers niet meer.
Het heden als onthullend fenomeen  (Glennharris.com)
Bij de oerknal is ook de ruimtetijd ontstaan.De vraag is, wat er gebeurde toen er 14 miljard jaar geleden, voor het eerst verleden werd gevormd uit “0 heden” en wat de zin van dit door niemand beleeft verleden was? Wat betekent het dat in een zwart gat of bij de lichtsnelheid de tijd stil staat, geen verleden meer vormt (hier komen we dan weer wel op het gebied van de natuurkundige tijd)?
Stel je de eerste fractie van een seconde verleden ooit voor, het zijn werd voor het eerst onthuld en de "eindeloze" reeks waarom/omdat begon, het begin van causaliteit dus.
www.youtube.com
Er moet dus een korter dan kort “oer” “0 heden” zijn geweest waar ineens verleden uit voortgekomen is, het eerste moment. Net als er nu nog steeds voortdurend verleden uit het “0 heden” voortkomt. Wat dat betreft blijven oerknallen we nog steeds. Vóór de oerknal was er dus een ononthullend ondurend “oer”“0 heden”. Net als vóór ons eigen leven, althans voor zover het te bedenken valt en dat is nu net het probleem, dat is het niet.

Het “0 heden” is een onthullend fenomeen, het laat gebeurtenissen verschijnen (lanceringen, jaarwisselingen etc.), het onthuld de toekomst, maar het is ook een wijkend fenomeen. Dus het “wijkende onthullende” maar omdat het wijkt onthult het voortdurend, "het rolt door".
Pas in het verleden, in de beleving, interpretatie en anticipatie is er bewustzijn, van secondenbewustzijn van insecten tot bewustzijn met overlevering. Dit wijken is geen pechgeval maar juist de kern van het hele mechanisme van de wereld, hier draait de wereld op, juist dit wijken maakt interpreteren en anticiperen wenselijk. Het mysterie is dus de motor. Van primitief interpreteren en anticiperen door bijvoorbeeld insecten om een prooi te vangen, tot uitermate complex door mensen.

Interpreteren (prestentatie.nl)

Waarbij men zich dan ook nog eens moet “bedenken” dat de tijd kort na de oerknal ook niet beleeft werd, zo de tijd althans zichzelf niet beleeft. Maar dat is onzin het woord (be)leven heeft een heel andere grond en duidt op waarnemen en verwerken. Wel kan men zeggen dat de tijd zich door wijkend “0 heden” zich laat beleven. Als een moeder/vader die met opzet terugwijkt om een kind de mogelijkheid te geven de eerste stapjes te zetten, hoewel dit een erg sentimentele beeldspraak is en een doeloorzakelijkheid poneert die misschien wel helemaal niet in tijd aanwezig is. Maar het mechanisme lijkt erop, we interpreteren en anticiperen, dat geeft ons veiligheid, omdat we willen be”grijpen” als een kind die de handen van zijn vader of moeder wil grijpen om niet om te vallen proberen wij het wijkende heden te (be)grijpen.


Uit kindjeopkomst.nl

vrijdag 7 augustus 2015

DE WERELD ALS CHINESE KAMER

Een leuk gedachte experiment is de Chinese kamer.
De Chinese kamer is een gedachte-experiment dat bedacht werd door John Searle. Het experiment probeert aan te tonen dat als een computer zich precies zou gedragen als een mens, we nog niet kunnen zeggen dat die computer ook denkt als een mens.
Maar er zit nog een ander aspect aan deze Chinese kamer.
Wat is nu een Chinese kamer:

Een grote kamer is afgesloten van de rest van de wereld met uitzondering van een brievebus. De brievenbus is bedoeld om stukjes papier de kamer in en uit te doen gaan. Binnen in de kamer staan grote archiefbakken met papiersnippers met Chinese symbolen erop. Verder bevat de kamer een groot boek waarin de regels staan die reeksen Chinese tekens omzetten in andere reeksen Chinese tekens.
In de kamer zit ook een ambtenaar die geen Chinees kent. Buiten de kamer staan Chinezen die een vraag in het Chinees op een briefje schrijven, dat vervolgens in de brievenbus deponeren. De ambtenaar binnen kent geen Chinees, maar kan een briefje dat binnenkomt bekijken en vervolgens met behulp van zijn grote boek met regels een antwoord samenstellen. Met behulp van de snippers papier die hij uit de archiefkasten pakt en één voor één op een nieuw stuk papier plakt in de juiste volgorden. Dat papier duwt hij vervolgens via de antwoord brievenbus naar buiten. (Uit: Marc Slors "Philosophy of mind" uit Analytische Filosofie Een inleiding. Redactie Chris Buskes en Herman Simissen )
 
De ambtenaar denkt dus niet over de antwoorden, hij kent niet eens Chinees.
De intelligentie om vragen te beantwoorden berust echter niet bij de ambtenaar, maar bij het systeem als geheel.
In feite zijn wij ook Chinese kamers. Een hersencel die een puls geeft is ook niet intelligent. Hij geeft bij tijd en wijle een puls evenals honderd miljard andere. Geen enkele cel weet dat hij gerelateerd is aan een denkproces.  De intelligentie zit ook met betrekking tot de hersenen in het systeem als geheel. Voor de individuele hersencel maakt het niet eens uit tot welk systeem hij hoort, op dat microniveau is de persoon in wiens hersenen hij zit nog niet aanwezig.

 
Een enkele Chinese kamer kan vragen beantwoorden. Een gigantische kamer die nog miljarden malen ingewikkelder is, bediend door honderd miljard mechanisch werkende ambtenaren zou bewustzijn kunnen genereren volgens nog onbekende procedures, net als onze hersenen dus. Wij zijn in feite deze super ingewikkelde Chinese kamer, alleen is het volgens mij fout om ons als een afgegrensde Chinese kamer te zien tegenover de natuur. Ons bewustzijn staat niet tegenover de natuur maar is er een onderdeel van. Wij zijn geen omgrensde wezens tegenover een absurde wereld zoals vaak gedacht wordt. 
Het bewustzijn is een slechts een fase van een nog grotere Chinese kamer die de natuur als geheel is, waarin wij zelf ook de rol spelen van onwetende ambtenaar.
Er is een aspect dat we hebben ontcijfert, er is weldegelijk een Chinese kamer die we gekraakt hebben en dat is de evolutie. Terwijl we bezig zijn met paren, vechten, jagen, eten en overleven zijn we in feite ook bezig met het vormen van geweien, hoorns, vinnen, poten, hersenen. Het eerste visje dat in de slijk steeds verder aan land kroop om te eten, was totaal onbewust van het feit dat hij ook bezig was met de evolutie tot landdier.
Wikipedia

De evolutie is dus een niveau waarin wij de rol spelen van onwetende ambtenaar, die echter door Darwin zijn rol ontdekt heeft. Evenals dat de ambtenaar die zijn situatie kent de Chinese antwoorden kan manipuleren, kunnen wij nu de evolutie manipuleren.
De natuur zit nog vol raadsels, op het gebied van de kwantummechanica, zwarte gaten etc.. Hoeveel meer Chinese kamer aspecten zullen we nog in de natuur ontdekken?
In feite komt die Chinese kamer erop neer dat er een functie op een bepaald niveau is, bijvoorbeeld voedsel uit slijk halen, die op een hoger niveau onderdeel is van een heel ander proces namelijk vorming van landdieren. vergelijk het met letters rangschikken voor de onwetende ambtenaar is vragen beantwoorden voor het hele systeem. Blijft de vraag of een enorm ingewikkelde Chinese kamer tijdsbeleving/bewustzijn kan genereren? Bewustzijn is een informatieniveau door de biologie gegenereerd.


Misschien genereert de natuur op ons niveau bewustzijn, maar op een hoger niveau iets onbekends/ongekends. Misschien is het geheel iets waar wij zelf en grote delen van de ons bekende wereld een rol in vervullen analoog onze afzonderlijke hersencellen.
Een bit is niet intelligent, maar wat gebeurt er als je bijvoorbeeld een miljard yobibytes hebt, op welk niveau zit je dan? Is de hele natuur, alle materie, één grote wat wij informatiemachine zouden noemen? Allemaal speculatie.
 

maandag 25 mei 2015

VERZAMELINGSLEER

Panpsychisme dus, denkt de blog nu dat koffiezetapparaten en bomen een bewustzijn hebben?
niet precies, maar wat dan?
Je hebt reductionisme. Sociale en psychologische processen berusten op biologische processen Niet dat ze hetzelfde zijn, maar ze komen er uiteindelijk uit voort. We moeten eten, drinken, willen ons voortplanten etc.
Biologische processen berusten weer op chemische processen, hormonen, aminozuren etc. Die op hun beurt weer berusten op natuurkundige processen in moleculen, atomen en elementaire deeltjes. 
Daarmee is alles dus natuurkundig en wiskundig verklaarbaar.
Maar daarmee beginnen de problemen pas echt. De moderne natuurkunde is relatief jong. Er worden verbazingwekkende ontdekkingen gedaan en dat zal komende eeuwen, als men zo doorgaat, waarschijnlijk zo blijven. We hebben zwarte gaten, Higgsdeeltjes, de relativiteitstheorie etc ontdekt. LDe bewering dat alles natuurkundig verklaarbaar is kan kloppen, maar daar zou je dan bij moeten zeggen dat we de natuur zelf nog lang niet helemaal kunnen verklaren. De samenhang tussen grootheden als tijd, ruimte, materie, energie en krachten is nog niet helemaal doorgrond. 
Galileï 1564-1642 Wikipedia
De vraag is of we niet in een bodemloze put kijken waarin steeds nieuwe verklaringen elkaar nodig hebben, niemand weet het.
Een ander punt is de begrenzing.
Hoe verder je reduceert hoe minder begrenzing een rol speelt.
In de psychologie heb je nog met een af te bakenen persoon te maken.
In de biologie wordt dat al moeilijker. We bestaan voor een deel uit miljarden bacteriën met ander DNA dan wij. Scheikundige stoffen en natuurkundige processen zijn al helemaal niet persoonsgebonden. Op dit niveau valt het individu weg. Een elektrische lading in een cel of wolk is hetzelfde verschijnsel op een andere schaal.
Natuurkundige processen bouwen zichzelf op tot bewustzijn, alsof stenen uit rotsen bijvoorbeeld een gotische kathedraal samenstellen met al zijn symboliek. Aristoteles zou hier een "doel" van natuurkundige processen in zien. Wij houden van toeval, het bewustzijn "valt ons toe", we verklaren het niet door een inherent doel in de natuur. Je kunt dezelfde kathedraal in zandsteen, graniet, of zelfs schuimrubber bouwen. We kunnen hem lezen, het is een gegevensdrager.
Het feit dat we natuurkundig en" toevallig" te verklaren zijn betekent dat we meervoudig realiseerbaar zijn. De reeks verschijnselen die wij als mens zijn, zijn in materie te reconstrueren.
Alleen is het vreemd dat als je iemand na zou bouwen dat je dan een dubbelganger krijgt en niet een op twee plekken aanwezig bewustzijn.
De natuur bouwt zelf na in de vorm van tweelingen en die hebben toch ieder een op materie gebaseerd bewustzijn, zelfs Siamese tweelingen.
Siamese tweeling Wikipedia
Tijdsbeleving en bewustzijn huist dus in de materie, materie vervult een grens bepalende gegevensdrager rol, een knooppunt rol in tijd en ruimte.
Toch is ook hierbij iets merkwaardigs aan de hand. Die gotische kathedraal heeft helemaal geen symboliek. Alleen voor ons wel, we lezen deze symboliek, het is afgeleide symboliek.


Die symboliek zit in ons en die hebben we naar steen vertaald, we lezen hem. Het is een gegensdrager. Een computer kan denken, alleen maar voor ons. Voor de computer zelf heeft denken geen enkele symboolwaarde. Voor mensen echter is denken een meta-symbool, een verzameling van alle gedachte/symbolen die echter niet zichzelf omvat, een verzameling kan zichzelf niet kan bevatten. Een computer kan alleen maar binnen de verzameling opereren, zij is ook geconstrueerd door acties binnen deze verzameling. Wat niet wil zeggen dat hij dat niet veel efficiënter zou kunnen denken dan wij, alleen de zin van dat denken berust bij ons, ook al zou deze zich tegen ons keren. Een spontaan ontstane computer zou kunnen denken maar dat zou zonder zin zijn.


Gegevensdrager

De verzamelingsleer 
 Vraag is echter waar de "voor zichzelf" in materie zit. Een bouwwerk dat voor zichzelf symboolwaarde heeft. In feite zijn we dat zelf. De symboolwaarde die ons wordt toegekend is soms
totaal verschillend met die die wij onszelf toekennen. Wij zijn een gegevensdrager die gelezen wordt, maar ook een gegevensdrager die zichzelf leest. Wij lezen onze eigen gedachten.
De verzameling van al onze gedachten maakt als denken geen deel uit van zichzelf, "de denker" hoort als gedachte over zichzelf niet bij de verzameling van al zijn gedachten, het begrip "denken" is zelf ook een idee, een gedachte in tegenstelling tot bijvoorbeeld het begrip auto, dat is zelf geen auto.
Hier zit dus een paradox in als in de vraag of de kapper die de verzameling mannen knipt die niet hun eigen haar knipt zichzelf mag knippen.

De verzameling van al onze gedachten is zelf geen gedachte maar maakt deel uit van de verzameling tijdbeleving, tijdsbeleving die aan elke gedachte voorafgaat is soms uiterst minuscuul maar aanwezig. Tijdsbeleving voorafgaand aan elke gedachte is zelf geen gedachte, niemand kan vooralsnog uitdrukken wat het is want dan is het een gedachte en hoe het aan ons lichaam en de fysica verbonden is. Een computer kent dat niet, die staat aan of uit en kan alleen zinloos in de ledigheid buiten hemzelf denken (als je hem in de trein verloren bent terwijl het schaakprogramma aanstond bijvoorbeeld dat nu door niemand gevolgd wordt) hoe ingewikkeld je hem ook maakt of hij denkt tegen ons aan. Hij kan niet tegen zichzelf aan denken, hij is geen gegevensdrager die zichzelf kan lezen en zo er een tweede systeem in zit dat dat wel kan dan kan hij niet tegen dat tweede systeem aan denken etc. etc. hij kan alleen maar denken anders staat hij uit, hij heeft geen bewustzijn/tijdsbeleving.

Rodin De Denker Wikipedia

maandag 4 mei 2015

PANPSYCHISME


Schakers info

Gaan we nu even heel formeel denken. Je hebt een schaakpaard, een stuk hout met een bepaalde vorm. Het krijgt zijn zin pas in het schaakspel. Een schaakstuk is een stuk dood hout, het functioneert alleen in de systemen van de schakers. Eventueel kun je het paard gebruiken bij ganzenbord als pion. Daarvoor is het aan de grote kant, maar ook dan zou het als stuk hout zin hebben.
Als de schaakpaardvorm toevallig zou ontstaan, zonder dat er een schaakspel was, zou het zich niet onderscheiden van alle andere stukken hout.
Aanvankelijk, net na de geboorte, zijn er geen mensen of dieren. Alleen complexe "neuro- elektronische" knooppunten. Ze nemen tijd waar, hebben behoeften, maar weten niet dat ze mens, olifant, vogel etc. zijn, het zijn baby's. We blijven even bij de term "knooppunt".
Net als het schaakpaard krijgt het zijn identiteit pas in het mensen- olifanten- of wolvenspel. Een enkele keer gaat het fout en dan krijg je mensen als wolvenkinderen, als Romulus en Remus, ze zijn dan als schaakpaarden in een ganzenbord.

Romules en Remus
Normaal gaat het goed, je wordt een persoon, krijgt een naam, leert de spelregels in samenhang met andere verwante neuro- elektronische systemen. Je identificeert je als mens, leert taal etc.
Het verschil met een schaakpaard is dat er een scherpe grens is tussen het schaakspel in de hoofden van de beoefenaars en het hout van het paard.
Het mensenspel loopt door communicatie door tot in de knooppunten die de deelnemers zijn, waarbinnen via neurotransmitters etc. ook communicatie plaatsvind, het hele systeem is niet scherp begrensd, het begrip vakantie bijvoorbeeld is een wet in het spel, maar leeft ook in de deelnemende systemen zelf. Er is vaag onderscheid tussen de objecten en de subjecten van het spel. De spelers spelen met elkaar en met zichzelf tegelijkertijd.
Toch moet er ergens ook "dom hout" zijn in de deelnemers. Dit komt tot uiting bij een begrafenis. Een knooppunt is opgehouden te bestaan, wat overblijft is de domme materie die het knooppunt gedragen heeft, alleen de hardware, het lijk. Bij een begrafenis speelt het lijk dus dezelfde rol in het "mensenspel"als een schaakpaard in een schaakspel. Het heeft alleen identiteit in de hoofden van de deelnemers van het mensenspel, het gaat tot de materie van het lijk. Het lijk is alleen nog maar een object.


Mausoleum van Halicarnassus (Dewereldwonderen)
Het spel blijft echter bestaan vanwege het ontstaan van generaties van steeds nieuwe "knooppunten". Het spel vernieuwd zich steeds en blijft daarom speelbaar. Knooppunten (mensen) ontstaan, lossen op en er ontstaan weer nieuwe knooppunten.

Het knooppunt dat op zich al onduidelijk begrensd is, moet wat betreft beleving voor zichzelf bij de juist veroorzakende hardware gehouden worden. Proeven tonen aan dat bepaalde hersenfuncties verantwoordelijk zijn voor het beleven van een persoon in zijn eigen lichaam. Als deze hersenfuncties falen door hallucineren, of in proeven worden misleid, krijgt men uittredingsverschijnselen. Het systeem neemt dan afstand van de hardware waardoor het veroorzaakt wordt, het denkt dat het zich buiten het lichaam bevindt. (wat uiteraard niet zo is) 
Wikipedia
Stel nu eens voor dat door een of ander merkwaardige gebeurtenis, een soort besmettelijke hersenziekte, iedereen tegelijk gaat hallucineren. Iedereen krijgt uittredingsverschijnselen, niemand weet meer precies weet door welk lichaam of wat dan ook hij veroorzaakt wordt. 
Iedereen ziet alles van bovenaf, je kunt door een boom, een auto, of door die poppetjes met twee benen of vier poten veroorzaakt worden, dat is dan onduidelijk. Iedereen blijft als knooppunt intact, maar onderling communiceren is onmogelijk, geen een knooppunt weet meer door wat hij gegenereerd wordt en dus met welke middelen en met wat hij kan communiceren.
Aldus kan men materie als communicatiemiddel en differentiatiemiddel beschouwen. Een middel voor structuren om zich in uit te drukken.
We hebben blijkbaar een hersenfunctie nodig om de eenheid van hardware en software dat te benadrukken, een soort interne GPS.
Het punt is echter dat niemand weet waar de dode materie begint en de structuur eindigt. Waar begint het dode houten paard, bij de zenuwcellen, bij de moleculen, atomen of bij elementaire deeltjes? En bevinden die zich dan wel op één plek?. Misschien is het dode houten paard wel nergens.
Klei
De wereld is alleen maar onbegrensde structuur, die uiteindelijk nergens in uitgedrukt is. In de klei, het marmer van een beeld, het vlees van een mens bestaat uiteindelijk helemaal geen grond alleen structuur. Geen deeltjesversneller zal ooit aan het einde komen omdat dat er misschien helemaal niet is (dat pretenderen ze ook helemaal niet).
Alles is uiteindelijk onderdeel van onbegrensde structuur, materie, de dingen niet de bouwstenen van de wereld, maar zijn informatie en communicatieknooppunten in één samenhangende wereldstructuur. Er zijn helemaal geen uiteindelijke bouwstenen, je kunt altijd doorredeneren, overal kom je structuren tegen waarschijnlijk tot je ,niemand weet hoe, rond wordt gejaagd.  Het dode schaakpaard zelf is onderdeel van een structuur. Alleen is deze structuur niet in het hoofd van de schakers maar in het stuk zelf, een structuur zonder uiteindelijke bouwstenen. De structuur van het schaakspel, in de hoofden van de spelers hangt indirect ook aan het schaakpaard.
Uiteindelijk bestaat de wereld dan alleen uit verhoudingen en relaties die alleen maar schijnbaar, bij knooppunten, ergens in uitgedrukt zijn, in wat wij als materie zien.
Knooppunt
Onze hersenen zijn in alle opzichten knooppunten.
Ze verwerken zintuigelijke prikkels, toch zou je je kunnen afvragen voor wie of wat, tegen wie of wat worden deze verwerkingen geprojecteerd, waar is het bewustzijn.
Is de "buitenwereld", de hele wereld niet uiteindelijk een onderdeel van het bewustzijn. Is het bewustzijn niet uiteindelijk het geheel. Het mens-zijn, de natuur, gecombineerd met de hersenpulsen. Het hele verhoudingensysteem dat de wereld vormt.
Dit zou dan een soort panpsychisme betekenen, waarover meerdere filosofen hun ideeën over hadden en hebben. Hiermee vervalt niet alleen het dualisme materie-geest maar ook dat van subject als drager van bewustzijn en object. Verhoudingen, ruimte en tijd zelf hebben reeds bewustzijnsachtige/bewustzijns veroorzakende trekjes, samenkomend en zich uitend in knooppunten, mensen en dieren.